|
Glucoseoxidase, de bepaling van enzym activiteit in honing. Honing wordt steeds vaker toegepast bij
de behandeling van wonden, littekens, brandwonden en voor het bestrijden
van schimmel- en bacterie-infecties. Enzymen in honing spelen hierbij een
belangrijke rol. Enzymen zijn bijzondere eiwitten die een belangrijke rol
spelen in spijsverteringsprocessen. Zij breken ingewikkelde chemische
stoffen af tot eenvoudige verbindingen, waardoor deze stoffen
gemakkelijker in ons lichaam worden opgenomen. Het is dus van belang om te weten of de
aangeboden honing voldoet aan de wens om te beschikken over een honing met
een hoog enzymgehalte. In de honing zelf vinden geen reacties
plaats, maar als honing met vocht in aanraking komt kan waterstofperoxide
ontstaan. Het enzym werkt remmend op ziekteverwekkende bacteriën en
micro-organismen, zoals het gebruik van honing bij een keelontsteking.
Omdat in honing meerdere stoffen aanwezig zijn zoals allerlei flavonoïden
zullen deze stoffen een versterkende werking hebben op de werking van
waterstofperoxide, en veel effectiever zijn dan in de handel gekochte
zuivere waterstofperoxide. Door de aanwezigheid van het enzym
glucoseoxidase, flavonoïden en nog een aantal andere stoffen heeft honing
bacteriegroeiremmende eigenschappen die onder de verzamelnaam inhibinen
kunnen worden samengevat. Er zijn 181 (voeding)stoffen aangetoond
in honing, waarvan sommigen in geen enkel ander voedingsmiddel (Eva Crane,
A Book of Honey, 1980). Maar ook al is honing een van de oudste
geneesmiddelen, de erkenning als medicijn is niet mogelijk, omdat de
samenstelling niet constant is. Bij een toenemend gebruik als huismiddel
tegen allerlei kwalen is het nuttig om de kwaliteit van honing beter aan
het licht te stellen. Enzymen die bekend zijn in honing zijn
o.a diastase of amylase, invertase, katalase en glucoseoxidase. Door de inwerking van enzymen op
honingsuikers ontstaat een ook een zuur milieu, waardoor veel schadelijke
micro-organismen en bacteriën worden geremd. Als honing wordt toegepast
in een vochtige omgeving, zoals op een wond, dan worden honingenzymen
actief en creëren een zuur milieu. Een zuur milieu versnelt wondheling. Waarom
is zoete honing zuur? De pH waarde is een maat voor de
zuurgraad. Zolang er maar een klein beetje water aanwezig is, zoals op de
huid of op een wond, kan de pH worden gemeten. Hoe lager de pH, hoe
zuurder het milieu en hoe hoger de pH, hoe basischer het milieu. De
pH-waarden lopen uiteen van 1-14, waarbij de waarde 7 neutraal is, de
pH-waarde van water.
Hoge
gehaltes aan vrije
zuren kunnen op gisting van honing wijzen. In het honingbesluit
zijn de maximale waarden aangegeven die toegestaan zijn. a
Bloemen hebben onderin de bloemkelk
kleine kliertjes, de zogenaamde nectariën. Deze nectariën produceren
nectar, een suikerhoudende vloeistof van ca 80% vocht en 20% suikers, die
door honingbijen wordt verzameld. In de bijenkast werken de bijen samen om
de nectar in te dikken tot honing. Tijdens het indikken van de nectar tot
honing voegen de honingbijen steeds kleine beetjes speeksel - ook wel
secreet genoemd - toe vanuit de kopklieren tijdens het passeren van de
slokdarm. In dit speeksel zitten verschillende enzymen die inwerken op de
nectarsuikers, en de bron is van de enzymwerking van de honing. Eén van
deze enzymen is het zogenaamde glucoseoxidase. Het enzym glucoseoxidase
activeert de omzetting van glucose tot gluconzuur en waterstofperoxide.
Het gluconzuur creëert een zuur milieu en de waterstofperoxide zorgt voor
een desinfecterend effect, waardoor de honing en ook de bijenkast
bacterie- en schimmelvrij blijven. Hoe meer glucoseoxidase aanwezig is,
hoe meer waterstofperoxide en gluconzuur er zal worden gevormd. Het enzym
blijft actief zolang de nectar nog niet helemaal tot honing is ingedikt. Wanneer het watergehalte van de honing
rond de 17% is, is de honing “rijp” en worden de honingcellen door de
bijen afgesloten met een wasdekseltje. In rijpe honing is het enzym niet meer
actief, maar blijft wel intact. Komt honing in aanraking met vocht,
zoals b.v. op een wond dan wordt het enzym weer geactiveerd. Honing is
hygroscopisch, dat wil zeggen dat honing vocht aantrekt en dit eenvoudig
en snel opneemt. Deze eigenschap zorgt er ook voor dat wondvocht uit een
wond wordt onttrokken. Glucoseoxidase
enzym Glucose + Water + Zuurstof + Glucoseoxidase
®®Gluconzuur + Waterstofperoxide In
formulevorm: C6H12O6 + H2O + O2 + Glucoseoxidase ®® C5H11O5COOH + H2O2 De
verschillen in honingsoorten! De enzymactiviteit van glucoseoxidase
kan worden gemeten door de honing te verdunnen met water en de na 1 uur
geproduceerde waterstofperoxide te meten. Dit wordt gedaan met behulp van
teststrips die enkele seconden in de oplossing worden gedoopt. Door
vergelijking met een kleurschaal op de verpakking, kan de concentratie
waterstofperoxide worden bepaald. De ontstane blauwe kleur wordt afgelezen
en geeft het gehalte in mg/liter af. Door de toegepaste verdunning van het
honing- watermengsel dient de afgelezen waarde met de factor 5 te worden
vermenigvuldigd. Het nu verkregen getal geeft het gehalte
waterstofperoxide aan in microgrammen afkomstig van het enzym
glucoseoxidase uit 1 gram honing in 1 uur bij een temperatuur van 20°C. Door peroxidegetallen van verschillende
honingsoorten met elkaar te vergelijken kan een uitspraak gedaan worden
over de enzymactiviteit. Uit onderzoek blijkt dat de meeste honing die je
koopt in de winkel een heel laag peroxidegetal heeft (Kerkvliet, 1994). Er zijn echter verschillende oorzaken
voor een laag peroxidegetal: 1. Nectar. Sommige planten produceren nectar die de enzymen van de honingbijen
tegenwerken. Een voorbeeld is honing met een hoog
vitamine C gehalte, zoals tijm- of munthoning. Ook citrushoning is van
nature enzymarm. De vitamine C vangt alle waterstofperoxide direct weg
door een oxidatieproces. Ook bevatten sommige nectars metaalionen die de
werking van honingenzymen remmen. 2. Bodem en lucht. Metaalionen met
een enzymremmende werking kunnen ook via verontreinigde bodem en lucht in
de nectar van planten terecht komen. 3. Temperatuur. Tijdens het oogsten, verwerken en opslag van honing mag deze niet
worden verwarmd, omdat dan de honingenzymen snel worden geïnactiveerd.
Hoe hoger de bewaartemperatuur van honing hoe sneller de enzymactiviteit
van honing terugloopt. Bij een verwerkingstemperatuur van 75°C gedurende
40 minuten zal de enzymwerking gereduceerd zijn naar 0. De bewaartijd van
honing is eveneens van invloed op het enzymgehalte. Uit onderzoeken in
Nederland, België en Duitsland is aangetoond dat verwarming van honing in
een magnetron de enzymen direct vernietigen! 4. Licht. Als honing lang aan direct (zon)licht wordt blootgesteld worden de
honingenzymen sneller geïnactiveerd.
6. Overige enzymen. Indien het enzym Katalase in de honing aanwezig is zal de gemeten
waarde 0 zijn. Het enzym Katalase kan in sommige stuifmeelsoorten aanwezig
zijn, Katalase ontleedt waterstofperoxide in water en zuurstof. Als
algemene regel kan gelden: Indien glucoseoxidase waarde hoger is dan 10 microgram per gram per
uur dan is het HMF- gehalte lager dan 40 mg/kg met een betrouwbaarheid van
95 %. Bij waarden lager dan 10 microgram per gram per uur geldt echter
lang niet altijd dat het
HMF-gehalte te hoog is. Uitvoering
van de diagnosemeting: Benodigdheden; gedemineraliseerd water,
ofwel Demiwater zoals ook wordt gebruikt voor stoomstrijkijzer, accu e.d.,
te koop in elke supermarkt. Doosje à 100 stuks peroxide teststrips,
Merckoquant art.nr. 1.10011.0001, traject 0,5-25 mg/l kompleet met
verpakking i.v.m. de kleurindicatie. Weegschaal en/of maatbuisje voor juiste
hoeveelheden honing en demiwater. Doseerflesje.
De
uitvoering van de diagnose geschied als volgt: Weeg 10 gram van de te meten honing af en voeg hierbij 40 gram (=40ml) demiwater toe. Los de honing geheel op zonder te verwarmen bij een omgevingstemperatuur van 20°C. Laat deze oplossing gedurende 1 uur bij kamertemperatuur staan. Na dit uur een teststrip gedurende 1 seconde in de oplossing dompelen. Na 15 seconden de ontstane verkleuring controleren met de kleurschaal zoals op de verpakking aanwezig. Wat hier wordt afgelezen is het gehalte waterstofperoxide in microgrammen. De afgelezen waarde overeenkomend met de verkleuring vermenigvuldigen met 5 geeft het gehalte waterstofperoxide afkomstig van het enzym glucoseoxidase uit 1 gram honing in 1 uur bij 20° C.
Tijdens de NBV studiedag in Beilen op 22
november 2008 is een honingkeuring georganiseerd door “het Bijkersgilde”. Van de ingeleverde
honing voor de keuring zijn monsters genomen tbv stuifmeelonderzoek en
voor meting van het enzym glucoseoxidase. In de bovenstaande grafiek ,zijn weergegeven
op de verticale as de procenten en op de horizontale as de gevonden
activiteit van waterstofperoxide per gram honing per uur bij 20°C.
Hieruit kan worden geconstateerd dat in 38% van de honing 25mg H2O2 aanwezig is. De laagste waarde komt van een buitenlandse
acaciahoning en een koolzaadhoning, Balsemienhoning van een
honingimporteur scoort eveneens laag. Vanuit eerdere onderzoeken kan worden
aangenomen dat de waarden van Nederlandse honing van (hobby)imkers een
hogere waarde aan het enzym glucoseoxidase heeft dan buitenlandse, of door
de handel verwerkte honing. Honing zoals die door de imkers in
Nederland wordt aangeboden op markten, aan winkels en aan huis dient te
voldoen aan het Honingbesluit van
20 november 2003. Er zijn echter geen wettelijke eisen gesteld aan
het gehalte van glucoseoxidase. Wel zijn er volgens Artikel 6 waarden
bepaald voor de diastase-index. Voor België geldt dat ook daar geen
norm bestaat voor de minimale activiteit, maar dat er wel voorstellen zijn
geformuleerd door de Internationale Honingcommissie aan het enzym
invertase. Gesteld kan worden dat honing met een
hoge waarde aan glucoseoxidase een criterium is voor een enzymrijke
honing. Het meten van het enzym glucoseoxidase
zou standaard deel moeten uitmaken van de honingkeuringen. In Nederland worden honing en andere
bijenproducten gekeurd binnen de branche door gediplomeerde
Honingkeurmeesters. Dit gebeurt regionaal en landelijk. Honing wordt
hierbij gekeurd op kwaliteit en presentatie, zoals de verpakking en het
etiket. Keuring vindt plaats in overeenstemming met het “Algemeen
Keuringsreglement” van de Nederlandse
Commissie voor Bijenproducten. Ook de wettelijke gestelde regels worden hierbij in acht genomen.
Verantwoording,
foto’s, literatuur en verwijzingen: J.D.
Kerkvliet. Screening
van glucose-oxidase in honing. BIJEN 1994 3 (nr.9) p. 244-246. J.D. Kerkvliet. Screening method for
the determination of peroxide accumulation in honey and relation with HMF
content. Journal of Apicultural Research 35(3/4): 110-117. 1996. Th. Postmes. Honing en brandwonden.
Tijdschrift voor integrale geneeskunde 9(5) P.C. Molan. A brief review of the
clinical literature on the use of honey as a wound dressing. Primary
Intention 6(4):148-158. 1998. P.C. Molan. Why honey is effective as
a medicine 2. The scientific explanation of its effects. In: Honey and
Healing, eds P. Munn and R. Jones, International Bee Research association
(IBRA). Eva Crane, A Book of Honey, 1980 Cursusboek Honingkunde oktober 2003. Themanummer Honing, Vlaamse Imkersbond augustus 2008. Foto’s; eigen foto’s m.u.v. de foto van de bij.(onbekend)
|
|
Indien u uw honing wilt laten meten stuur dan een Beemail en u ontvangt de voorwaarden voor onderzoek! |
Trichilia ABC - Marieke Mutsaers
Bijenteelt Bijenproducten en apitherapie www.trichilia.nl |
Informatie
of vragen??:
|